12 oktober 2026
Door Greta Piwanski, promovenda bij het Centrum voor Psychotrauma van het Amsterdam UMC
Prof. Dr. Miranda Olff is hoogleraar Psychotrauma. Haar onderzoek richt zich op transdiagnostische reacties na traumatische gebeurtenissen en op de preventie en behandeling van posttraumatische gevolgen, wereldwijd. Zij leidt het Centrum voor Psychotrauma van de afdeling Psychiatrie bij Amsterdam UMC en is directeur onderzoek bij ARQ Nationaal Psychotrauma Centrum. Daarnaast is zij voorzitter van de Global Collaboration on Traumatic Stress (GCTS), founding Editor-in-Chief van het European Journal of Psychotraumatology (EJPT), voormalig president van zowel de European Society of Traumatic Stress Studies (ESTSS) als de International Society of Traumatic Stress Studies (ISTSS), en was als een van de eerste professionals nauw betrokken bij de oprichting van de Nederlandstalige Vereniging voor Psychotrauma (NtVP).
Miranda, je hebt van de ISTSS de Lifetime Achievement Award gekregen – Hartelijk gefeliciteerd! Een van de, zo niet dé grootste erkenning die je wereldwijd binnen het psychotraumaveld kunt ontvangen. Wat was voor jou de oorspronkelijke drijfveer om met psychotrauma te gaan werken, en is die motivatie in de loop van de jaren veranderd?
Voordat ik in het psychotraumaveld stapte zat ik in de ‘stresswereld’. Ik ben ooit gepromoveerd op de psychoneuroimmunologie waar ik wilde uitzoeken hoe externe stressvolle gebeurtenissen iets in het lichaam van mensen fysiek konden veranderen - hoe je ziek kon worden van stress. Dat was toen, begin jaren negentig, een heel nieuw veld. Om dit te beantwoorden heb ik tijdens mijn promotieonderzoek de hele wereld overgevlogen (India, Soedan, Liberia, Kenia, Zuid-Afrika en Indonesië - mijn excuses aan het klimaat!), en daardoor gezien wat stress doet met mensen die leefden in gebieden met grote armoede en veel geweld. Ik realiseerde me hoe bevoorrecht wij hier in Europa zijn. Ik denk dat toen het zaadje is geplant voor mijn interesse in psychotrauma.
Je hebt de ontwikkeling van het veld over vele jaren meegemaakt en daar je eigen werk mee gevormd. Wat zijn je gedachten over de manier waarop we nu naar stress, psychotrauma en PTSS kijken?
Psychotrauma staat nu heel goed op de kaart. Nederland is voor een klein land één van de meest publicerende landen op het gebied van trauma. Ik denk dat er geen Nederlandse universiteit is waar geen psychotraumaonderzoek gedaan wordt. Dat was in het begin, zo'n 25 jaar geleden, wel anders.
Destijds was het best spannend om onderzoek te doen naar ‘psychotrauma’, ook voor de medisch ethische toetsingscommissies (METCs) om dit soort onderzoeken goed te keuren. En terecht, sommige behandelingen waren ook heel vreemd. Neem nu EMDR: Het werd destijds als rare hocus pocus afgedaan, maar in de praktijk was men enthousiast. Voor mij een reden om de effectiviteit van EMDR in een gerandomiseerde gecontroleerde studie (RCT) te onderzoeken (Nijdam et al., 2012). Nu staat EMDR bekend als een van de aanbevolen behandelingen bij PTSS. Ik denk dat we hiervan kunnen leren dat het belangrijk is om open te staan voor nieuwe ontwikkelingen, ook al passen die niet binnen het huidige denkkader.
Je bent hoogleraar bij het Amsterdam UMC (UvA) en ARQ, en ontving recent een honorary doctorate van de Mid Sweden University. Waarom heb je destijds bewust voor een academische loopbaan gekozen, en wat betekent het universitair werk - onderzoek, onderwijs, en het opleiden van nieuwe generaties onderzoekers, voor jou?
Ik heb verschillende werksettings gezien voordat ik op het Amsterdam UMC settelde. Van klinisch tot in de industrie, maar ook in de public health sector. Ik zeg nu vaak dat ik de mooiste baan van de wereld heb: Een geweldige werkplek door de combinatie van een universitair ziekenhuis met een meer praktijkgerichte instelling zoals ARQ en heel belangrijk, met fijne collega's. Ik kan me bezighouden met een onderwerp dat ertoe doet. Ik kan werken met de mensen met wie ik dat wil. Ik heb een geweldig team – ze worden alleen steeds jonger ;) .
De meeste voldoening krijg ik van het zien groeien van promovendi (inmiddels meer dan 30). Het is elke keer weer zo mooi om te zien hoe ze zich in die jaren ontwikkelen tot zelfstandige en zelfverzekerde onderzoekers.
Ik heb via de GCTS ook wereldwijd een bevlogen netwerk van geëngageerde mensen waarmee we dingen voor elkaar krijgen. We genieten in Nederland van een enorme academische vrijheid, en die kunnen we niet zomaar als vanzelfsprekend beschouwen, zeker niet als we zien wat er in de wereld gaande is.
Open Science loopt als een rode draad door jouw werk. Als founding Editor-in-Chief van het EJPT heb je daar met een Open Access journal sterk op ingezet. Wat heeft Open Science volgens jou concreet veranderd in het psychotraumaveld, en wat moet er nog gebeuren?
Toen ik begon met EJPT, ik was toen president van ESTSS, was Open Science in opkomst. Er was nog geen Europees trauma journal en uiteraard moest dat Open Access worden. Ik zocht een betaalbare uitgever en kwam uit bij een kleine, all female, Zweedse Open Access only uitgever. De gedachte was toen dat alle tijdschriften binnen vijf jaar om zouden gaan naar Open Access (wat zich achteraf niet echt heeft bewaarheid). Het grootste argument voor Open Access is natuurlijk dat wetenschappelijke kennis dan echt voor iedereen beschikbaar komt. Dus ook voor clinici, voor beleidsmakers, en ook voor patiënten zelf. Maar ook voor mensen in andere delen van de wereld. En tot slot ook voor academici die het, zoals ik, gewoon irritant vinden dat je dan weer in een of ander werksysteem moet inloggen om even snel iets te kunnen lezen. Ik hoop, en ik zie in ieder geval aan EJPT, dat we een enorm bereik van lezers hebben – wereldwijd – en hopelijk komt dit de doelgroep uiteindelijk ten goede.
Je bent past president van zowel ESTSS als ISTSS en mede‑founder van de GCTS. Welke rol hebben internationaal werk en deze netwerken voor jou gespeeld, en waarom is internationale verbondenheid in het psychotraumaveld volgens jou zo essentieel?
Ten eerste is het gewoon heel leuk om in zo'n internationaal veld te opereren. Dit geldt niet alleen voor bijvoorbeeld Afghanistan, Irak en Iran, allemaal zeer indrukmakende bezoeken met supervriendelijke en gastvrije mensen, maar ook voor bijvoorbeeld de VS. Het is super interessant om te zien en ervaren hoe mensen in andere culturen samenwerken of naar psychotrauma kijken. Interessant is ook dat de serieuze manier van vergaderen van de ISTSS board (volgens Robert’s Rules of Order) verschilt van de meer gemoedelijke ESTSS vergadercultuur. En wat mij telkens weer raakt, is de indrukwekkende kracht van internationale collega’s: Onlangs hebben we met een grote groep trauma-experts nog een kritisch stuk geschreven over hoe bepaald beleid traumablootstelling en zorg beïnvloedt (hier te lezen Cook et al., 2025).
Op welk onderdeel van je werk ben je het meest trots, en is er ook een moment uit je carrière waarvan je weleens denkt “Had ik dat maar anders gedaan”?
Ik voel me serieus altijd heel trots als een promovendus de verdediging weer met glans doorstaan heeft. Ik ben er denk ik ook trots op dat ik die Global Collaboration van de grond heb gekregen en dat mensen er zo blij mee zijn, en natuurlijk ook op EJPT.
Soms had ik iets minder direct kunnen zijn, wat minder zakelijk op z’n Nederlands – haha. Dat heeft nog niet zo heel lang geleden geleid tot allerlei 'misunderstandings' en vrij emotionele reacties van collega's in het buitenland. Maar juist dit is ook het mooie aan internationale samenwerking: dat je steeds weer wordt geconfronteerd met andere perspectieven, voortkomend uit verschillende culturele achtergronden.
Naast je academische werk spelen kunst, reizen en tijd in de natuur belangrijke rollen in je leven. Hoe geven deze interesses jou persoonlijk voeding?
Het is boeiend en dankbaar werk wat we doen, maar soms ook behoorlijk ingrijpend. Bijvoorbeeld na zo'n dag met mensen die getroffen zijn door de vliegramp MH17 raakt al dat verdriet je toch. Of na gesprekken met vrouwen die extreem partnergeweld meemaken. Dan is het fijn om je hoofd leeg te kunnen maken in het bos. Tijdens werkreizen is er vaak wel ruimte voor cultuur of natuur, daarin voel ik me wel zeer bevoorrecht. Ik zou willen dat ik meer tijd had om te schilderen. Als het lukt, werk ik vaak met de verse indrukken van een reis. In mijn atelier hangen bijvoorbeeld een Afghaanse man, een oude Chileen, de sloppenwijken van Zuid-Afrika, en het noorderlicht, gewoon omdat het zo mooi was. Mijn guilty pleasure is de de Art Gallery pagina van de Global Collaboration, zoveel collega's die mooie dingen maken, inclusief muziek!
Stel dat we over tien jaar weer samen zitten voor een interview, welke projecten hoop je dat jouw volgende hoofdstuk zullen bepalen en waar droom je nu nog van?
Over 10 jaar ben ik met pensioen! Ik heb me vaak afgevraagd wat ik anders zou doen. Misschien iets minder e-mails schrijven haha. Ik droom van een wereld met vroege interventies – individueel afgestemd op iedereen en zo effectief dat niemand meer PTSS ontwikkelt. In ons Psychotrauma team van het Amsterdam UMC, met onder andere jouw eigen onderzoek Greta, kunnen we daarmee al een mooie stap in de goede richting zetten.
En als professionals over 100 jaar terugkijken op jouw werk, wat hoop je dan dat mensen zich herinneren - waar wil je voor staan?
Ik denk als iemand - een vrouw - die stappen heeft weten te zetten in het verbinden van collega’s binnen en buiten organisaties, en daarmee heeft laten zien dat het, ook in tijden van groeiende conflicten, geweld en intolerantie, mogelijk is om in teams, tussen instellingen en wereldwijd succesvol samen te werken.